23mei2012

Het is maar de vraag of gemeenten genoeg mankracht hebben om de nieuwe drank- en horecawet te handhaven. Dat zei Koninklijke Horeca Nederland (KHN) in een reactie op de nieuwe wet, die dinsdag door de Eerste Kamer werd goedgekeurd.

Boa's aanstellen

Als de handhaving werkt, is het geen probleem. Maar de controleurs moeten nu 43.000 horecaondernemingen controleren en daar komen nog eens zeker 20.000 ondernemingen zoals sportkantines en dergelijke bij. Dat is een forse stijging'', constateert een woordvoerder. Een burgemeester kan hier opsporingsambtenaren (boa) voor aanstellen. Maar wij vragen ons af of, zeker in kleine gemeenten, die mensen wel echt zijn opgeleid voor deze taak.

Gemeenten zien meer mogelijkheden

KHN vreest dat de controles zich meer richten op de horeca en minder op de zogenoemde paracommercie van bijvoorbeeld sportkantines. Er moet een integraal alcoholbeleid komen, waarbij elke belanghebbende met hetzelfde te maken heeft'', vindt de woordvoerder. De Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) is juist blij dat de controle bij gemeenten komt te liggen. Er zijn veel gemeenten al bezig met voorlichting en dergelijke. Als nu niet de Voedsel- en Warenautoriteit gaat controleren, maar de gemeente, zijn er meer mogelijkheden'', meende een woordvoerder. Wel is de capaciteit een punt waar we op moeten gaan letten. De komende tijd moet daar meer duidelijkheid over komen.

Minderjarigen beboet

Anderzijds ziet KHN ook veel positieve kanten aan de nieuwe wet. Zo worden voortaan niet alleen horecaondernemers, maar ook de minderjarigen zelf beboet als zij alcohol drinken in de kroeg. Bovendien hoeven ondernemers niet telkens een nieuwe vergunning aan te vragen. Ook is KHN blij dat de leeftijdgrenzen gehandhaafd blijven, in tegenstelling tot de VNG.